re-integratiegids-vo

De catalogus bij ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid in het voortgezet onderwijs

Arbo-VO

WW en bovenwettelijk

Een werknemer uit het voortgezet onderwijs die werkloos wordt, krijgt meestal een WW-uitkering met een bovenwettelijke aanvulling. De bovenwettelijke WW is geregeld in de Werkloosheidsregeling Onderwijspersoneel Voortgezet Onderwijs, de WOVO. 

Voorwaarden

Om voor een WW-uitkering in aanmerking te komen, moet een werknemer aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • hij heeft de eerste dag van de kalendermaand waarin hij 65 jaar wordt, nog niet bereikt.
  • hij is uit dienst getreden per 1 januari 2001 of later, óf hij is eerder uit dienst getreden en was op 1 januari 2001 ziek of volledig arbeidsongeschikt
  • hij heeft minstens 5 arbeidsuren per week verloren, of minstens de helft van zijn uren
  • hij heeft geen recht meer op volledige loondoorbetaling
  • hij is beschikbaar om arbeid te aanvaarden
  • hij heeft in minstens 26 van de laatste 36 weken gewerkt
  • om langer dan 3 maanden een uitkering te krijgen, moet hij in 4 van de laatste 5 jaar gewerkt hebben 
  • er zijn geen uitsluitingsgronden van toepassing
  • hij moet zich aan de WW-verplichtingen houden.   

Voorwaarden bovenwettelijke aanvulling

Voor een bovenwettelijke aanvulling op grond van de WOVO gelden de volgende voorwaarden:

  • De werknemer ontvangt een WW-uitkering
  • De werkloosheid komt voort uit een baan in de VO-sector
  • De werknemer heeft geen recht meer op suppletie

Voorwaarden aansluitende uitkering

Voor een aansluitende uitkering na afloop van de WW moet de werknemer voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • De werknemer voldoet aan de voorwaarden voor een bovenwettelijke aanvulling
  • Bij het begin van de werkloosheid is de werknemer minstens 40 jaar en heeft hij minstens 5 jaar onderwijsdiensttijd, en
  • bij het begin van de werkloosheid aan de 4 uit 5 jareneis hebben voldaan.