De werknemer die tijdens of kort na ontslag ziek is heeft meestal recht op een uitkering op grond van de Ziektewet.
Als de ziekte is begonnen tijdens het dienstverband of binnen vier weken na de uitdiensttreding, bestaat meestal ook recht op een uitkering op grond van de ZAVO.
Ziek bij ontslag
De werknemer die ziek is op het tijdstip van:
- Ontslag anders dan om ziekte/arbeidsongeschiktheid
- Beëindiging van een tijdelijke taakuitbreiding anders dan om ziekte/arbeidsongeschiktheid
- Einde benoeming in tijdelijke dienst
heeft gedurende 12 maanden recht op een uitkering ter hoogte van 100% van zijn laatstgenoten bezoldiging, en vervolgens 6 maanden recht op een uitkering ter hoogte van 70% van zijn laatstgenoten bezoldiging.
De perioden van 12 en 6 maanden worden berekend vanaf de eerste ziektedag. Deze perioden kunnen dus al (gedeeltelijk) voorafgaand aan het ontslag ‘benut’ zijn in de vorm van loondoorbetaling bij ziekte.
Ziek kort na ontslag
De werknemer die ziek wordt binnen 4 weken na het tijdstip van:
- Ontslag anders dan om ziekte/arbeidsongeschiktheid
- Beëindiging van een tijdelijke taakuitbreiding anders dan om ziekte/arbeidsongeschiktheid
- Einde benoeming in tijdelijke dienst
en hier direct aan voorafgaand minimaal 8 weken in dienst is geweest, heeft gedurende 52 weken recht op een uitkering ter hoogte van 100% van zijn laatstgenoten bezoldiging.
Einde
Het recht op uitkering eindigt tussentijds bij:
- Einde ongeschiktheid
- Als herplaatsbaar verklaarde herplaatst in een betrekking
- Het bereiken van de eerste dag van de maand nadat de werknemer 65 jaar is geworden.
Mindering
Op de ZAVO-uitkering wordt in mindering gebracht:
- Ziektewetuitkering
- WW-uitkering
- WAO-/WIA-uitkering
- Invaliditeitspensioen
- Inkomsten uit arbeid of bedrijf